In de geschiedschrijving zijn oorlog en geweld een belangrijke richtinggevende factor in ons menselijke bestaan. Wetenschappelijke inzichten en technieken worden ontwikkeld tot heil van de mens, maar ook tot de vernietiging van die mens.

Het onderscheid tussen bedreigende en behulpzame elementen in de menselijke leefomgeving is verworden tot een diffuse en complexe indeling: de dingen om ons heen zijn niet zoals ze lijken te zijn in de hedendaagse werkelijkheid.

Menno Dimitri Ouderkerk wil het beangstigende van deze gedachte laten zien door het omkeren van onze vanzelfsprekendheden; door het oproepen van vragen over ons wezen en het doel en de mogelijkheden van de dingen om ons heen. Samenlevingen zijn wanhopig op zoek naar een identiteit in het grote globale verband. Ouderkerk wil betekenis geven aan het zoeken naar deze identiteit. Hij worstelt daarbij met zijn vrijheid als individu, dat zich altijd moet staande proberen te houden tegenover het grote geheel.

In zijn werk uit zich dat in het omzetten en aanpassen van symboliek uit de kunsthistorie en het regenereren van werk van grote meesters. Zaken die eerder vanzelfsprekend leken zijn nu veranderd. Ouderkerk stelt de betekenis van de kunsthistorie en de symbolen ter discussie. In zijn werkproces uit zich dat in een samenspel tussen associatie en logisch verband. Daarbij plaatst hij ook zichzelf in het werk, met name zijn positie als kunstenaar in de maatschappij.